December 1999

15 december
Door problemen met de webstek hebben we een tijd lang geen berichten kunnen sturen. Intussen ging aan boord het leven gewoon door natuurlijk. We lagen voor anker in een rivier, de Paraiba, bij het dorpje Jacaré, bekend bij de lokale bevolking om zijn schitterende zonsondergangen, die de drie aanwezige restaurants met terrassen aan de rivier begeleiden met Ravel's Bolero, helaas niet met elkaar gesynchroniseerd, wel luid. Er worden ook missen in de open lucht gehouden, waar men ons welkom in Brazilië heet.
Uwe en Rob B. vlogen terug naar Europa en ze zijn daar veilig aangekomen. (Je weet maar nooit met zo'n vliegmachien; geef ons maar een schip.) Ben is aangekomen met diverse reserve-onderdelen. De belangrijkste had hij vooruit gestuurd met DHL. Die arriveerden als maar niet. WWW-opsporen leerde dat ze in Recife op ons wachten. Daar zijn we 13 - 14 dec. naar toe gevaren. We hebben ze nu - zelfs al aangebracht, genua-reef - alleen moesten we 100% (!) invoerrechten betalen notabene: onderdelen voor een heel schip in transit, waarvoor niets hoeft te worden betaald.
Maar misschien het allermooiste voor ons in Jacaré was Brian Stevens Shipyard. Een Engelsman die twintig jaar geleden hier kwam en nooit meer vertrok. Hij werkt als een paard, is handig, heeft overal verstand van en weet de onmogelijkste klussen te klaren. Alleen aan hem zou al een heel hoofdstuk te wijden zijn. Wij zijn hem enorm veel dank verschuldigd. Een fijne vent. Ook in menselijke zaken, zoals kinderen en werknemers. Hij bouwt ook zelf polyesther schepen, waaraan een legertje mensen werkt o.l.v. zijn zoon.

Vandaag gaan we wat van Recife zien en morgen, 16 dec. Vertrekken we naar Salvador. Het is ongeveer 4 of 6 dagen varen, afhankelijk van een eventuele tussenstop. De haven-faciliteiten in Recife zijn schitterend, zwembad, restaurant, bewaking, water en elektriciteit, alleen... wij liggen dwars in de haven gemeerd aan drie palen waardoor we de boxen van vier andere schepen blokkeren. Helaas willen die steeds varen, dus we moeten voortdurend afspreken wanneer we voor het verhalen aan boord moeten zijn. De palen, bezet met schelpen, schuren en slijpen tijdens wind en tij bewegingen, kortom hoera voor Jacaré.

Na alle reparaties is het schip weer in goede staat. Alleen de log heeft het definitief begeven. Het zou door de aangroei kunnen komen, ware het niet dat we al eerder, toen er nog geen aangroei was, logprolemen hadden.
In Salvador zullen wij hetzij in het 'Centro Nautico' afmeren, hetzij in 'Bahia Marina'. Beide liggen niet erg ver van elkaar bij de Oostelijke havendam.

24 december
MISLUKTE REDDING.
In drie dagen zeilden we van Recife naar Salvador (Bahia). Hele stukken vlinderden we met grootzeil en uitgeboomde genua. Ook zo, met de wind pal achter, hoefden we het roer niet aan te raken, de Windpilot deed het werk.
Onderweg vingen we een noodsignaal op op kanaal 16. Een Braziliaans jacht, de ‘Mario J.’ dreef met een gebroken roer rond. Er was een tweede jacht, de ‘Utopya’ in de buurt. Ze waren ongeveer gelijk met ons uit Recife vertrokken, 3 schepen. Van een van hen brak onderweg de mast. Dat was op zijn motor al een haven binnengelopen.
Wij motorden naar de plek van het onheil. Eerst waren we nog wat achterdochtig: een kaperslist? Maar dat ging gauw over. Ze vroegen of wij hen op sleeptouw wilden nemen en er werd een lijn overgebracht. Er stond een ruwe zee. De wind was 6 Bft. De communicatie ging heel moeizaam. Op de Mario J sprak niemand Engels. Alle verkeer ging dus via de Utopya, ook hun Engels was niet steeds toereikend en hun marifoon kraakte.
Toen wij de sleeplijn op spanning brachten, begon de Mario J als een gek te gieren. Het bootje draaide steeds meer dan 180o van bakboord naar stuurboord. Niets hielp, harder trekken, zachter trekken. Het moest misgaan. Dat deed het al gauw, de sleeplijn brak.
Ze vroegen ons hun lijn terug te brengen en zeiden dat ze van verdere sleephulp van ons afzagen. Ze wilden een klein bootje zien te charteren, dat hen van heel dichtbij zou kunnen duwen/slepen. Na wat aarzelen besloten we dan maar door te varen. Met de Utopya in de buurt was er per slot geen levensgevaar. Wel waarschuwden wij de Nederlandse kustwacht, die zou zich met de Braziliaanse verstaan.
Bij het terugbrengen van de gebroken sleeplijn hadden we nog bijna een ongeluk. De masten zwaaiden door de golven naar elkaar toe en raakten elkaar, maar zo te zien was er geen schade. De kustwacht meldde ons later dat de verantwoordelijkheid was overgedragen aan de Braziliaanse autoriteiten.
De ochtend na onze aankomst in Salvador liep de Utopya binnen met aan boord ook de bemanning van de Mario J. Langs de gebroken roerkoning was het schip al water gaan maken, maar onze sleepinspanning had de zaak verergerd. De kiel zat ook los en daar was het schip toen extra gaan lekken. Daarop hadden ze besloten het schip te verlaten. Ze hadden de afsluiters geopend en zelf hun schip tot zinken gebracht i.v.m. gevaar voor de scheepvaart. Het zonk in 2500 m water.
Vanavond zullen we samen met hen een biertje drinken. Ze zijn erg dankbaar. De Braziliaanse kustwacht blijkt op onze oproep in actie te zijn gekomen. Er was zelfs een helicopter klaar gehouden.

SALVADOR
De allerbeste wensen voor de Kerst en het Nieuwe Jaar. Leuk dat ik dat kan wensen vanuit een plek bijna recht onder de zon, waar toch van alle kanten heel luid verzekerd wordt, dat ze er van een witte kerst dromen.
Salvador is echt een heel andere wereld. Als je er 's avonds de stad in gaat heb je letterlijk voor je een feest, achter je een feest en aan alle kanten opzij ook.
We keken en luisterden naar een openlucht philharmonisch orkest terwijl we stuitten op een stal met een Kerstman en mooie dames met pruiken van een halve meter, toen op het gebouw voor ons engelen werden geprojecteerd. Op de tien of twintig balkons verschenen kinderen en volwassenen in het rood gekleed, die allerlei kerstliederen ten gehore brachten. In het gebouw er tegenover stond de dirigent, die er in slaagde de zaak in de maat en harmonisch te laten verlopen.
Weer verderop was een reusachtige kerk die van binnen helemaal met bladgoud was bekleed. Let wel, het was dinsdag, een gewone dag. De kerk zat tjokvol, de mensen applaudiseerden en klapten in de maat op de kerkmuziek. Op een zeker moment ging iedereen iedereen een hand geven en vrede wensen. Het was heel indrukwekkend gewoon en menselijk. Later verdrong de menigte zich om brood, ouwel en zegeningen te bekomen. Op straat voor de kerk was er weer een koor en later opnieuw een klassiek orkest.
Luba en ik bezochten een African beat uitvoering. Toen we na lang keuen voor een aanzienlijk bedrag eindelijk binnen waren beland, wisten we niet hoe snel we weer weg moesten komen. De herrie was onbeschrijfelijk.
En nu denken we aan al onze vrienden en familie en aan de konijnen en kalkoenen die in jullie feestvreugde het leven laten. Wij moeten voor ons zelf nog een passende viering bedenken. We vonden een schijnbaar veilige plaats voor Ananda in de Aratu Iate Clube.

Op 3 januari arriveren Luba en ik in Nederland als de vliegtuigen geen milleniumvertraging ondervinden.